Over de ouwe kerktoren

Het zal in 1956 zin geweest dat kapelaan Swaalen bijna verongelukt in de toren.

Ik, Truus Mollen, was er met mijn broer Ad en zus Cisca bij in de toren.

Die namen kloppen niet zoals geschreven in het fotoboek van "Hapert zoals het vroeger was".

Op een maandagmorgen klonk er hulpgeroep uit de toren waar wij tegenover woonden. Wij zagen de kapelaan boven in de toren hangen.

Mijn moeder ging samen met mijn vader meer hulp halen van de buren: bakker Spoormakers, boer Plasmans en schoenmaker vd Vleuten, terwijl wij  Cisca, Ad en ik over de houten ladders naar hoog in de toren klommen. De kapelaan had zijn benen om een balk en zijn armen om een andere balk.

Zo hing hij hoog in de toren. Wij hebben met z'n drieën zijn armen en benen vast gehouden tot er hulp van de buren kwam. Die hebben er de kapelaan, vastgebonden met een touw, uitgetild en naar beneden geholpen.

Het was een zware man en die lange ladders bogen door, door het gewicht.

Zo knap dat alles goed is gegaan toen. De kapelaan hing boven het uurwerk.

Een voorval wat ik nooit zal vergeten en zo fout had kunnen gaan maar met de hulp van iedereen die er bij was goed ging.

Later kregen we van Truus nog de volgende aanvulling:

Een aanvulling op het verhaal.

De kapelaan ging toen in de toren kijken wat het uurwerk waard zou zijn. 
Hij was door de zolder gezakt die was verrot door de vogelpoep. Die vogels kwamen binnen door de open galmgaten. Je moest over de balken lopen.

De toren is naderhand afgebroken en van de opbrengst is de kapel op de Ganzenstraat gebouwd.

Mijn vader was koster en had een grote sleutel van de toren.
Hij luide de torenklok als er iemand begraven werd.
Met die sleutel zijn  mijn broer en ik stiekum  wel eens in de toren geklomen om naar een nest jonge uilen te kijken.

Ook levensgevaarlijk.
Groeten Truus Adams Mollen