Toon van Dun (79) zag raadswerk veranderen: ‘Van incasseren steek je het meest op’
Hij begon in 1982 als jonge politicus in de toenmalige gemeente Hoogeloon CA; hij eindigt 44 jaar later als nestor van de Bladelse gemeenteraad. Toon van Dun doet op 79-jarige leeftijd een stap terug, maar betrokken zal hij blijven.
Plotseling verandert zijn gezichtsuitdrukking. Een uur lang heeft hij met allerlei anekdotes en vol overgave teruggeblikt op zijn elf termijnen van vier jaar in de raad, maar bij de laatste vraag komt toch nog even de gedreven politicus in hem boven.
Die vraag luidde: wat vind je van de keuze van Bladel Transparant en CDA om de VHP buiten de coalitie te houden? „Ik ben erg teleurgesteld. De twee partijen gooien het op de vernieuwing van onze fractie, maar bij dit soort keuzes gaat het niet om mensen, maar om de visie van een partij. Ik vind het onverstandig om met z’n tweeën door te gaan. Als je nu serieuze ruzie krijgt, valt het college. Een derde partij kan een bemiddelende rol spelen; dat hebben we als VHP de afgelopen jaren regelmatig gedaan.”
En, zegt hij, er is een fatsoensnorm overschreden. „Als je acht jaar met elkaar samenwerkt, roep je zo’n partij even bij je en zegt: ‘dit zijn de argumenten, daarom gaan we hiervoor’. Nu moesten we het horen via een publieke brief van de informateur.”
Het tekent de passie die Toon van Dun altijd heeft gevoeld voor het lokale bestuur. Hij begon in 1982 in de raad van wat toen nog de gemeente Hoogeloon CA was, met Hapert en Casteren. Hij stond destijds aan de wieg van de Vrije Hapertse Partij (VHP).
Hapertse stem moet gehoord
Toen Hoogeloon bij de herindeling van 1997 samenging met Bladel (en Netersel) overwoog hij even om te stoppen met het raadswerk. „Ik zat er toen zestien jaar in en dacht: dit is wel mooi geweest. Maar Piet Kennis, medeoprichter van de VHP, overleed op 56-jarige leeftijd en Wim van der Linden twijfelde ook. De partij dreigde in te storten. Toen hebben Wim en ik gezegd: we gaan toch door. In principe voor één termijn nog, maar dat zijn er wat meer geworden.”
Want de Hapertse stem moest blijven klinken, zeker in de nieuwe en grotere gemeente Bladel. Dat was de intrinsieke motivatie van Van Dun: iets willen betekenen voor mensen. „Dat geeft energie.”
Daarom deed hij ook zo lang vakbondswerk voor ‘de post’, het bedrijf waar hij zijn hele carrière op de loonlijst stond. Hij begon in Eindhoven als baliemedewerker en eindigde daar na diverse omzwervingen als vestigingsdirecteur.
Van Dun was als raadslid kritisch maar constructief. Geen aanhanger van het conflictmodel. Hij zocht de discussie op als hij dat nodig vond, maar speelde nooit op de man, al kon je ‘een slechte’ aan hem hebben als hij oneerlijkheid of onrecht zag.
Hij vertelt een anekdote over jaren terug, toen Bladel discussieerde over de komst van het Kempisch Bedrijven Park (KBP). „Als VHP pleitten wij destijds voor de aanleg van een extra afslag op de A67. Op weg naar een bijeenkomst daarover stond iemand van een andere partij - ik zal geen namen noemen - flyers uit te delen. Daar stonden echt onwaarheden op. Toen ben ik uit mijn vel gesprongen. Het is de enige keer in 44 jaar dat ik een motie van wantrouwen tegen een ander raadslid heb ingediend.”
Van stoeptegel tot stikstof
Van Dun raadt jonge mensen aan om eens te proeven van de lokale politiek. „Je leert een betoog met argumenten te onderbouwen, voor een groter publiek te spreken. Daar komt je in je leven van pas. Je leert uitdelen en incasseren, en van het incasseren steek je het meest op.”
Dat is nu niet anders dan 44 jaar geleden, maar dat laat onverlet dat het raadswerk inhoudelijk veel is veranderd. „De dossiers waren vroeger minder zwaar. We discussieerden in Hoogeloon nog over een voetbalveld of een stoeptegel. Nu heb je het over stikstof en over windmolenparken waarvan de voorbereidingen tien tot vijftien jaar duren. Wij hadden geen omkijken naar juridische procedures, nu zijn ze aan de orde van de dag en moeten veel plannen eerst langs Raad van State. Veertig jaar geleden accepteerden inwoners veel meer wat er om hen heen gebeurde.”
Toen hij begon kreeg hij 100 gulden per maand, nu krijgen raadsleden bruto ruim 1300 euro. „Maar laat geld nooit een drijfveer zijn”, zegt Van Dun. „Dan houd je het niet lang vol.”
Vijf achterkleinkinderen
Dat heeft Van Dun wel gedaan. Maar nu is het echt over. Hij gaat genieten van zijn vijf achterkleinkinderen, sport drie keer in de week en houdt van wandelen. Voor hem geen zwart gat. En hij blijft actief betrokken bij VHP. „Ik ben ontzettend blij met de nieuwe, jonge mensen in de fractie. Het raadswerk kun je leren, maar je moet niet te snel te veel hooi op je vork nemen. Met dat soort dingen ga ik proberen ze te helpen.”
Bron: Ed.nl