Nieuw leven voor vergeten monument Indië-veteranen in Hapert, ‘Het waren de helden van het dorp
„Ze verdienen ons respect”, betoogt Simon Lamers. Hij nam initiatief om een verdwenen aandenken aan Indië-veteranen weer een plaats te geven in Hapert.
Tweeënveertig kruisjes hingen er in de voormalige kerk van Hapert. Op elk de naam van een dorpsgenoot die na 1945 naar voormalig Nederlands Indië werd uitgezonden voor wat eerst de politionele acties werden genoemd, die overgingen in de dekolonisatieoorlog.
Bij de sloop van de kerk, waarvoor een gebedsruimte in de plaats kwam, verdwenen de kruisjes. Op initiatief van Lamers wordt dinsdag om 19.00 uur een plaquette met alle namen onthuld in de MFA aan de Oude Provincialeweg: „Het waren de helden van het dorp. De harmonie kwam aan huis met een serenade.”
Simon Lamers (80) kent echter ook de keerzijde. „De volgende dag wachtte het gewone leven. Van Posttraumatische stressstoornis hadden ze nog nooit gehoord. Het was voor die jongens een avontuur aan de andere zijde van de wereld. Voor een aantal echter ook een trauma voor het leven. Eén Hapertenaar, Sjef van Dingenen, sneuvelde bij een van de gevechtshandelingen.”
Voor Jac Tijssen (88) was voormalig Indië vooral een avontuur. Hij werd veertien maanden in 1957 en 1958 via het korps Mariniers uitgezonden naar Nederlands Nieuw Guinea, het laatste kolonierestant in die archipel. In 1962 zou het na druk vanuit de Verenigde Staten toch Indonesisch grondgebied worden.
Vooral machtsvertoon
Hij was net 19 jaar oud toen hij met het vliegtuig arriveerde op het eiland: „Dorst, zweten en afzien. Verder was er niks te halen”, kijkt hij terug. Militaire acties heeft hij er niet meegemaakt: „Patrouille lopen. Dat deden we. We zaten er vooral als machtsvertoon tegenover Indonesië waar Soekarno aan de macht was. Die wilde Nieuw Guinea inlijven.”
Een herinneringsmap en een Cd-rom met foto’s tonen, dat de Hapertenaar zijn mariniershistorie er niet heeft achtergelaten. „We hadden niet veel contact met de Papoea’s. Dat werd ook tegengewerkt door de legerleiding. Ze liepen wel mee als gids, als we op verkenning waren. Ook hielpen ze bij de huishouding.”
Niks te zeggen
Later is Tijssen als toerist nog teruggereisd naar het eiland van zijn diensttijd. Hij is al bij al toch blij met het avontuur: „Thuis had je niks te zeggen. Je moest meewerken op de boerderij. Ik ben er vroeg volwassen en zelfstandig door geworden.”
Met de onthulling van de plaquette komt voor Simon Lamers ook een eind aan een zoektocht naar de nakomelingen van de Indië-veteranen. Verhalen zijn er beperkt. Velen kozen na hun thuiskomst voor het zwijgen. Een welkome uitzondering is het dagboek van Gue Meulenbroeks. Bij de onthulling zal een neef van hem een fragment voorlezen.
Bij die onthulling in de MFA Hart van Hapert vanavond om 19.00 uur kan iedereen aanwezig zijn.
Bron: ED.nl