Alexander the Great, onthoud die naam Hapertse darter op weg naar de top 64 van de wereld
Hij was 9 jaar toen hij voor het eerst een pijltje in een dartbord gooide. Hij bleek het leuk te vinden en er talent voor te hebben en op 11-jarige leeftijd stond hij op zijn allereerste toernooi.
Alexander Merkx uit Hapert, in de dartwereld beter bekend als Alexander The Great. Die bijnaam is er niet voor niks want zo langzamerhand begint hij tot de top van de wereld te horen. Alle reden om in gesprek te gaan met deze gigant.
Alexander vindt tussen de toernooien door even tijd voor een interview. “Het is een beetje druk op het moment en met een goede
reden”, legt hij meteen uit. “Ik krijg namelijk twee jaar de tijd om te bewijzen dat ik bij
de top 64 van de wereld behoor. Daar ga ik natuurlijk keihard voor werken.” Eerst even terug naar het begin, van kleins af aan is Alexander gegrepen door darts. “Als 9-jarige
kwam ik natuurlijk niet in de kroeg waar ik het idee op had kunnen pikken. Mijn vader speelde darts en daarom hadden wij een
dartbord in huis. Daar begon ik voor het eerst met het gooien van pijltjes en eerlijk gezegd
bleek meteen vanaf het begin dat ik er nog best goed in was ook. En dus bleef ik gooien en werd ik steeds enthousiaster en ook beter. Vanaf mijn 11e speelde ik toernooien en won
ik bijna alles. Rond mijn 16e, 17e nam ik een soort van pauze omdat ik andere interesses
kreeg, passend bij die leeftijd, maar rond mijn 18e heb ik toch het darten weer opgepakt.”
Hoe vallen de pijlen?
Eenendertig is hij nu en hij kan al terugkijken op een succesvolle dart-carrière. “Liever kijk ik vooruit”, lacht hij. “Maar goed, ik heb na-
tuurlijk heel veel leuke wedstrijden gespeeld. In 2024 stond ik op het WK in Ally Pally en won ik de eerste wedstrijd met 3-0 van Stephen Burton.
Het was heus niet mijn beste
wedstrijd ooit maar dat maakte me op dat moment niets uit; ik won en dat telt. De tweede wedstrijd verloor ik helaas van de nummer 10 van de wereld, Chris Dobey, en lag ik uit
het toernooi maar ook dat hoort erbij. Dat is meteen wat darten voor mij zo mooi maakt;
je weet vooraf nooit hoe de pijlen vallen. Ik kan een goede of een slechte dag hebben, maar datzelfde geldt voor mijn tegenstander.”
Lees verder in PC55 van 27 februari